De Japanse economie groeit weer

De moderne geschiedenis van Japan wordt gekenmerkt door een sterke samenwerking tussen de regering en de industrie. Arbeidsethiek is altijd al hoog geweest in Japan en de band tussen werkgever en werknemer was buitengewoon sterk.

Het hete hangijzer van de westerse economieën, defensie-uitgaven, daar heeft Japan als sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog geen last van, de uitgaven waren nooit hoger dan 1% van het BNP.
Daardoor kon Japan een vooruitstrevende economie opbouwen. Het netwerk van producenten, leveranciers en distributeurs dat keiretsu genoemd wordt en de garantie van een leven lang vast werk waren karakteristiek voor de economie na de Tweede Wereldoorlog. Beide eigenschappen zijn langzaam aan het verdwijnen en de recente groei in werkgelegenheid wordt grotendeels veroorzaakt door tijdelijke banen.

Import is een gevoelig onderwerp.

Japan heeft geen eigen natuurlijke grondstoffen en is dus altijd al afhankelijk geweest van import. Sinds de aardbeving van 2011 zijn de nucleaire reactoren in het land stilgelegd en Japan moet weer fossiele brandstoffen importeren. De industriële sector is volledig afhankelijk van geïmporteerde energie.

De kleine landbouw sector wordt gesubsidieerd en heeft een beschermde status. Japan produceert voldoende rijst voor de eigen consumptie maar moet wel ongeveer 60% van het overige voedsel importeren.

De laatste dertig jaar werd getekend door een indrukwekkende economische groei, 5% in de jaren zeventig, 4% in de tachtiger jaren. Maar de jaren voor de eeuwwisseling lieten slechts een groei zien van 1,7%. Verkeerde investeringen en een vastgoed zeepbel aan het einde van de jaren tachtig zorgden er voor dat bedrijven meer moeite moesten doen om van hun schulden af te komen, kapitaal te investeren en de arbeid te betalen.

Na de eeuwwisseling ging het snel.

Een wat lagere economische groei zette door tot na de eeuwwisseling maar sinds 2008 zijn er vier recessies geweest. Massieve uitgaven door de regering om de economie te helpen bij het herstel waren effectief in 2009 en 2010, maar de economie liep weer vast na de massieve aardbeving van 9.0 magnitude, met tsunami in maart 2011.
De economie van Japan is grotendeels weer hersteld in de vijf jaar na die ramp, maar de productie in de getroffen gebieden blijft nog steeds achter op de rest van het land.

Drie jaar geleden traden de economische plannen van premier Shinzo Abe van kracht, en dat zorgde voor een korte, maar vooral snelle groei. Gebaseerd op de Drie Pijlen om de economie weer tot leven te brengen. Die drie pijlen zijn easing van de economische markten, gecontroleerd kopen van aandelen en obligaties dus, meer flexibele fiscale maatregelen en structurele hervormingen.
In 2015 werden de economische maatregelen van Abe nog eens herzien om het Bnp 20% omhoog te brengen tegen het jaar 2020, het verval van de bevolkingsgroei tegen te gaan en meer ondersteuning te geven aan gezinnen met kinderen en oudere gezinsleden.

Nucleaire energie is minder afhankelijk van import.

De regering heeft ook het moratorium op het gebruik van nucleaire energie opgeheven. Er wordt nu gestreefd naar schonere nucleaire energie met modernere reactoren en meer veiligheidsmaatregelen.

Om de Japanse markt weer toegankelijk te maken voor buitenlandse handelspartners en daarmee weer meer exportmogelijkheden voor de Japanse industrie te creëren, heeft Japan overeenkomsten ondertekend met elf partners in een Trans-Pacific Partnership.
De Japanse economie staat er goed voor. Er is voldoende ruimte voor economische groei en de Japanse markt is weer ‘open for business’. Industrie en export zijn nog steeds de twee belangrijkste pijlers, en die zijn stevig genoeg.

Een reactie plaatsen