De ontwikkeling van de olieprijs, nu in- of uitstappen?

De olieproducerende landen klagen al enkele jaren over dat de structureel lage olieprijs van de laatste jaren te laag zou zijn en dat hierdoor de opbrengst van de olieproductie zo laag is dat het de staatshuishoudingen van deze landen ernstig aantast. Het is zeker waar dat de olieprijs de laatste jaren een historische duikeling heeft doorgemaakt, waar in de zomer van 2014 nog ongeveer 105 USD werd betaald voor een vat ruwe olie ligt de olieprijs van november 2016 met een prijs van circa 50 USD per vat nog niet eens op de helft van dat.

De toekomstige ontwikkeling van de olieprijs

Natuurlijk is het nooit met zekerheid te zeggen hoe de olieprijs zich in de toekomst zal ontwikkelen, zelfs het doen van voorspellingen op de korte termijn komt vaak overeen met koffiedik kijken maar als belegger bent u vast en zeker bekend met deze gang van zaken. Wat u als belegger kunt doen om de toekomstige ontwikkeling van de olieprijs te voorspellen, is het goed uitkijken naar gebeurtenissen die met vrij grote zekerheid invloed zullen uitoefenen op de olieprijs. En juist op dit moment doet een dergelijke gebeurtenis zich aan, want op dit moment zijn de lidstaten van de OPEC al maanden bezig om tot een gezamenlijke overeenkomst te komen met betrekking tot het beperken van de olieproductie om zodoende de olieprijs weer wat te doen laten stijgen.

De invloed van de OPEC

Voor het eerst sinds 2008 trachten de lidstaten van de OPEC weer om tot een gezamenlijke overeenkomst te komen met betrekking tot het niveau van de olieproductie. Door een gezamenlijke beperking van de olieproductie, hopen de lidstaten de olieprijs weer wat te doen laten stijgen. In september kwamen de lidstaten overeen om de productie te beperken tot 32,5 à 33 miljoen vaten per dag waardoor de olieprijs initieel weer wat begon te stijgen. Echter stijgt nu met name het aantal lidstaten dat zich niet in de in september gemaakte afspraken kan vinden waardoor de kans op een definitief akkoord tijdens de officiële vergadering van de OPEC in Wenen op 30 november steeds kleiner lijkt te worden waardoor de olieprijs inmiddels alweer begint te zakken.

Olie, erin of eruit?

De kans dat de lidstaten van de OPEC het onderling eens worden over de voorgenomen productiebeperking lijkt door de uiteenlopende belangen steeds geringer te worden. De afgelopen weken is de OPEC zelfs overgegaan tot het uitnodigen van olieproducerende landen die geen lid zijn van de OPEC zoals onder andere Rusland, Brazilië en Oman om toch tot afspraken met betrekking tot productiebeperking te komen maar ook die gesprekken hebben vooralsnog geen afspraken opgeleverd. Dus of instappen verstandig is? Gezien een structurele stijging van de olieprijs op dit moment ver weg lijkt, adviseert Lerenbeleggen.info voorlopig olie alleen gebruiken als brandstof voor de auto. 

De Japanse economie groeit weer

De moderne geschiedenis van Japan wordt gekenmerkt door een sterke samenwerking tussen de regering en de industrie. Arbeidsethiek is altijd al hoog geweest in Japan en de band tussen werkgever en werknemer was buitengewoon sterk.

Het hete hangijzer van de westerse economieën, defensie-uitgaven, daar heeft Japan als sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog geen last van, de uitgaven waren nooit hoger dan 1% van het BNP.
Daardoor kon Japan een vooruitstrevende economie opbouwen. Het netwerk van producenten, leveranciers en distributeurs dat keiretsu genoemd wordt en de garantie van een leven lang vast werk waren karakteristiek voor de economie na de Tweede Wereldoorlog. Beide eigenschappen zijn langzaam aan het verdwijnen en de recente groei in werkgelegenheid wordt grotendeels veroorzaakt door tijdelijke banen.

Import is een gevoelig onderwerp.

Japan heeft geen eigen natuurlijke grondstoffen en is dus altijd al afhankelijk geweest van import. Sinds de aardbeving van 2011 zijn de nucleaire reactoren in het land stilgelegd en Japan moet weer fossiele brandstoffen importeren. De industriële sector is volledig afhankelijk van geïmporteerde energie.

De kleine landbouw sector wordt gesubsidieerd en heeft een beschermde status. Japan produceert voldoende rijst voor de eigen consumptie maar moet wel ongeveer 60% van het overige voedsel importeren.

De laatste dertig jaar werd getekend door een indrukwekkende economische groei, 5% in de jaren zeventig, 4% in de tachtiger jaren. Maar de jaren voor de eeuwwisseling lieten slechts een groei zien van 1,7%. Verkeerde investeringen en een vastgoed zeepbel aan het einde van de jaren tachtig zorgden er voor dat bedrijven meer moeite moesten doen om van hun schulden af te komen, kapitaal te investeren en de arbeid te betalen.

Na de eeuwwisseling ging het snel.

Een wat lagere economische groei zette door tot na de eeuwwisseling maar sinds 2008 zijn er vier recessies geweest. Massieve uitgaven door de regering om de economie te helpen bij het herstel waren effectief in 2009 en 2010, maar de economie liep weer vast na de massieve aardbeving van 9.0 magnitude, met tsunami in maart 2011.
De economie van Japan is grotendeels weer hersteld in de vijf jaar na die ramp, maar de productie in de getroffen gebieden blijft nog steeds achter op de rest van het land.

Drie jaar geleden traden de economische plannen van premier Shinzo Abe van kracht, en dat zorgde voor een korte, maar vooral snelle groei. Gebaseerd op de Drie Pijlen om de economie weer tot leven te brengen. Die drie pijlen zijn easing van de economische markten, gecontroleerd kopen van aandelen en obligaties dus, meer flexibele fiscale maatregelen en structurele hervormingen.
In 2015 werden de economische maatregelen van Abe nog eens herzien om het Bnp 20% omhoog te brengen tegen het jaar 2020, het verval van de bevolkingsgroei tegen te gaan en meer ondersteuning te geven aan gezinnen met kinderen en oudere gezinsleden.

Nucleaire energie is minder afhankelijk van import.

De regering heeft ook het moratorium op het gebruik van nucleaire energie opgeheven. Er wordt nu gestreefd naar schonere nucleaire energie met modernere reactoren en meer veiligheidsmaatregelen.

Om de Japanse markt weer toegankelijk te maken voor buitenlandse handelspartners en daarmee weer meer exportmogelijkheden voor de Japanse industrie te creëren, heeft Japan overeenkomsten ondertekend met elf partners in een Trans-Pacific Partnership.
De Japanse economie staat er goed voor. Er is voldoende ruimte voor economische groei en de Japanse markt is weer ‘open for business’. Industrie en export zijn nog steeds de twee belangrijkste pijlers, en die zijn stevig genoeg.

Gevolgen van de Brexit op financiële markten

Vandaag heeft het Britse hooggerechtshof een uitspraak gedaan, de Brexit gaat niet door zonder dat de Britse Parlementsleden daar hun stem over uitbrengen!
Er zijn een aantal factoren die meespeelden in de meningsvorming van de stemgerechtigde Britten.

De concurrentiepositie van Britse ondernemingen bleef binnen de EU altijd een beetje achter door de transportkosten. Goederen en producten moeten in eerste instantie de Britse Eilanden verlaten voor ze op het Europese vasteland verhandelt konden worden. De schuldencrisis in Europa en alle gebeurtenissen in Griekenland, Europa heeft daarmee geen hoge ogen gegooid. Het land had al besloten niet deel te nemen aan een Europese monetaire eenheid, het hield de Britse Pond, of aan de Schengen akkoorden, het eilandenrijk deelt geen grenzen met andere Europese landen.

Ook het argument dat de Brusselse bureaucratie niet goed was voor de Britse economie heeft een rol gespeeld. De wetgevende macht vanuit Brussel zou bovendien een bedreiging vormen voor de soevereiniteit van het oude Koninkrijk.

De steun voor een Brexit is niet altijd even stabiel, maar de volksstemming maakte een ding heel duidelijk; de Britse burgers geloven er vast in dat Groot Brittannië zonder de Europese economische samenwerking, overeenkomsten en vrije handel kan overleven.

Er is toch een uitzondering. Schotland is een integraal deel van het Britse Koninkrijk en dus deelgenoot in Brexit, maar niet van harte. De Schotse premier, Nicola Sturgeon liet destijds duidelijk weten alle mogelijkheden te zullen onderzoeken om toch deel te kunnen blijven van de EU. Er zijn zelfs plannen voor een Schots referendum.

De economische gevolgen van de Brexit.

De plannen voor een Brexit hebben onmiddellijke gevolgen gehad, maar ook op de langere termijn zullen de wereldmarkten schade ondervinden. Banken merkten het eerst dat het Britse Pond behoorlijk de kelder in dook, meer dan elf procent in een dag.

Ook de aandelenmarkten en andere financiële markten lieten een neergang zien. Barclay’s en Lloyds groep zagen hun aandelen meer dan 30% dalen. De aandelen klommen maar langzaam weer omhoog. Maar ook op het vaste land van Europa leden de banken mee. De Deutche Bank AG verloor 14%. Ook banken in Ierland, Italië en Griekenland verloren stevig. De markten in de Verenigde Staten, Japan zijn wat minder afhankelijk van de situatie in Europa, maar ook daar werden verliezen gemeld.

Blijvende schade, ook uit het verleden.

Het ontstaan van de Europese markt en het gebruik van een enkele munteenheid, het zijn ingrijpende veranderingen geweest en er is nogal wat wrijving ontstaan tussen de verschillende Europese landen. Dat de waarde van de Euro verbonden werd met de Duitse economie zorgde ervoor dat kleinere economieën, kleinere landen, bleven worstelen met een munteenheid die veel te veel waarde had, en heeft, voor die landen.

De economische verschillen tussen het oosten en het westen van Europa zullen in de nabije toekomst alleen maar scherper, beter omlijnd worden.
Daardoor zal ook de Euro een waardevermindering vergeleken met de dollar en de yen mee gaan maken. Maar het Britse Pond zal weer een vaste, stevige positie op de internationale markten krijgen, er is immers niets mis met de Britse economie. Dat betekend nog een concurrent, maar nu dichter bij huis.

Het proces gaat een aantal jaren duren.

Er bestaat geen limiet op het uitvoeren van artikel 51 van het akkoord van Lissabon, maar daarna zal het nog twee jaar duren voor de afscheiding van Groot Brittannië effectief kan worden. De recente uitspraak van het Britse hooggerechtshof kan eventueel ook nog eens roet in het eten gooien. De gevolgen voor de Britten zelf, daar kan, ook daarom, nog weinig over gezegd worden. De Britse economie zal waarschijnlijk langzamer worden, banenverlies is ook bijna zeker.

Om het economisch verlies aan beide kanten van het Kanaal te beperken moeten er snel qgoede afspraken gemaakt worden met de diverse Europese landen. Tenslotte is het Britse Koninkrijk wel een eilandenrijk, maar het is ook een integraal deel van Europa. Onderhandelen is de boodschap, en daar zijn diplomaten voor nodig, geen boekhouders, ministers van financiën of internationale bankdirecteuren.

Gevolgen van de lage hypotheekrente

De hypotheek rente is nu ontzettend laag. Dat klinkt misschien erg aantrekkelijk, maar heb je er alleen maar voordeel van of zitten er ook ogen en haken aan. Je denkt misschien dat het gunstig is, wat ook in sommige gevallen zo is, maar zeker niet altijd. Het vastzetten van een lage hypotheek rente kan zeker nadelige gevolgen hebben.

Bankspaarhypotheek

Er zijn bijna een anderhalf miljoen bankspaarhypotheken. De rente die betaald wordt, is gekoppeld aan de teruggave die ze krijgen om hun hypotheek te kunnen aflossen. Bij een lage hypotheekrente betaal je dus minder rente maar er wordt ook minder opgebouwd om af te lossen. Je moet toch de hypotheek aflossen en dit houdt dan in dat je zelf meer geld erin moet stoppen. Bij een spaarhypotheek is het dus gunstiger als de rentes hoger zijn omdat de vergoeding die je krijgt dan ook hoger is.
De bankspaarhypotheek is zo opgebouwd dat je met de rente die je ontvangt ongeveer de helft van je hypotheek schuld aflost en de andere helft met de premie die je per maand betaald. Dus als de hypotheek rente laag is, dan is de vergoeding die je hiervoor ontvangt ook laag en krijg je minder geld voor in je spaarpot om af te betalen.

Belasting teruggave

Hoe hoger de rente staat des te meer je fiscaal kunt aftrekken. Dus als de rente laag staat kun je en minder aftrekken en de maandelijkse premie gaat omhoog welke je niet kunt aftrekken bij de belastingopgave. Netto gezien kost het je dus maandelijks meer.

Waar opletten bij het afsluiten van een nieuwe rentevaste periode?

Zodra de rentevaste periode gaat verlopen doe je er verstandig aan om de situatie opnieuw te bekijken. Kies niet zomaar voor een vaste periode met lage rente, maar kijk welke rente tarieven er nog meer zijn. Zodat je een goede keuze kan maken en zelf er niet, netto gezien, op achteruit gaat per maand. Omdat hoe lager de rente is, hoe minder je terug krijgt voor in je spaarpot om de hypotheek af te kunnen lossen. En dus meer zelf moet inleggen om de hypotheek af te lossen.

De mogelijke obligatiebubbel

Wat is eigenlijk een financiële zeepbel?

Men spreekt over een financiële zeepbel, of bubbel, naar de vertaling in het Engels, wanneer de marktprijs van aandelen, obligaties of andere verhandelbare waardepapieren, ver voorbij het punt stijgen waar de voordelen van het bezit ervan op lange termijn de eigenaar niet meer compenseren voor de kosten. Dat houdt in de marktprijs, vermeerdert met de kosten verbonden aan de handel, liquiditeitskosten en dergelijke. Er zijn ook risico’s verbonden aan het bezit van waardepapieren en de eigenaar wil ook daarvoor graag gecompenseerd worden.

En dan nu de obligatiemarkten.

Obligaties, de term betekend ‘verplichtingen’ zijn in feite beloftes van een bedrijf of een staat om rente uit te keren over een verstrekte lening of een deel van een lening. Investeren in obligaties wordt gedaan door investeerders die hopen een regelmatig en vast inkomen te vergaren uit het kapitaal dat ze bezitten.

Maar in ieder geval een deel van de obligatiemarkten zitten op dit moment gevangen in een zeepbel. Hoe groot is dat deel? Een kleine 85% van de investeerders denkt dat het niet meer verstandig is om te proberen met investeringen in obligaties een vast inkomen te vergaren.

En toch bezitten veel investeerders nog steeds obligaties, het ziet er overigens ook niet naar uit dat ze massaal op de markt geworpen worden. Dus waar komt die tegenstelling vandaan?

Het wereldwijde monetaire beleid is er op gericht de waarde, vooral van de eigen munteenheid en de eigen waardepapieren, stabiel te houden door middel van gerichte aankopen of verkopen. De Verenigde Staten heeft haar beleid tot aankopen van obligaties, eigen obligaties dus, wat meer losgelaten, het zogenaamde Quantitative Easing, maar dat heeft niet als resultaat gehad dat de rentevoet weer is gestegen. Japan heeft het Quantitative Easing op een niveau van 15% van haar GBP laten staan en er zijn berichten dat er een verhoging van dat percentage verwacht wordt. In maart van dit jaar heeft de Europese Centrale Bank haar QE programma uitgebreid van € 60 miljard naar € 80 miljard in obligatie aankopen per maand.

Die aankopen zijn niet gericht op het verdienen van een inkomen.

Al die aankopen van obligaties door Centrale Banken worden opzettelijk verricht, natuurlijk. Door op obligaties te bieden zijn de aankoopprijzen van die obligaties gestegen en is de rentevoet gedaald. In sommige gevallen zo ver gedaald dat er sprake is van een negatieve rente. Dit is nu het geval in Europa. De ECB berekent nu een negatieve rentevoet van 0.4% aan banken die geld lenen van de ECB. Dit betekend natuurlijk dat de Europese Centrale Bank de andere banken betaald om geld bij de ECB te lenen.

In juli werd Duitsland de tweede G7 staat die staatsobligaties uitgegeven heeft met een looptijd van 10 jaar en een negatieve rentevoet een negatieve rentevoet. Volgens een bron heeft 80% van de Duitse obligaties een negatieve rentevoet. In Japan staan de obligaties met een looptijd van 20 jaar ook al onder het nulpunt. Dat maakt het leven van de wereldwijde obligatiefondsen managers er niet makkelijker op. De meeste internationale fondsen houden een indicatie van tussen de 20% en 30% Japanse obligaties aan. Hoe zou u het vinden als een derde van uw bezit gegarandeerd alleen maar verlies lijdt?

Op de obligatiemarkten wereldwijd heeft $ 13 triljoen aan obligaties een negatieve rentevoet.

Een beetje de omgekeerde wereld.

Deze omgekeerde wereld komt een aantal mensen natuurlijk wel goed uit.
Er zijn investeerders die denken dat de negatieve rentevoet eigenlijk een teken is van welvaart.

Sommige managers van obligatiefondsen hebben zelfs een slimme manier bedacht om geld te verdienen in deze marktsituatie. Het opkopen van Japanse obligaties met negatieve rentevoet en die inzetten om wisselkoersen vast te zetten, waardoor de Amerikaanse obligaties met een gelijke looptijd ineens vier maal zo veel op kunnen brengen door prijsgaranties. Ze gebruiken hun kennis van de markt om de negatieve opbrengsten om te zetten in winst.

En waar doen ze het allemaal voor?

En daar gaat het eigenlijk om, lage en negatieve rentevoeten dwingen investeerders op zoek te gaan naar hogere winsten. En al doende nemen ze steeds grotere risico’s. Misschien wel omdat ze weten dat de centrale banken dit beleid zullen aanhouden ondanks de negatieve effecten op de lange duur.

En het is op de lange duur dat de zeepbel, de bubbel, uit elkaar gaat barsten, zoals zeepbellen dat altijd doen. Wanneer u denkt een vast inkomen te kunnen genereren met obligaties, koop ze dan gewoon even niet, laat wat u nu hebt mooi zitten in uw portefeuille, het zal allemaal ook weer overwaaien, daar zijn zeepbellen ook heel goed in.

Hoe vermeerdert een centrale bank haar vermogen?

De Federal Reserve Bank is de centrale bank van de Verenigde Staten van Amerika en men kan rustig aannemen dat het de machtigste financiële instelling ter wereld is. Een van de meest belangrijke verantwoordelijkheden van de FED is het administreren van de voorraden geld in de Verenigde Staten, dollars dus.

De FED is verantwoordelijk voor het drukken, maar ook voor het vernietigen van meerdere miljarden dollars per dag.

Hoewel de bank de officieel de baas is van de drukpersen die de dollarbiljetten produceren geeft de bank eigenlijk zelf geen papiergeld of munten meer uit. Er worden nog wel dollarbiljetten gedrukt, maar het meeste Amerikaanse geld wordt tegenwoordig digitaal gedebiteerd en gecrediteerd aan de belangrijkste banken van het land. Het echte geld maken gebeurt pas wanneer die banken het nieuw gedebiteerde geld omzetten in leningen aan cliënten, en daarvoor rente ontvangen en kosten berekenen.

Wie bepaald wanneer er geld bij moet?

De Federale Commissie voor de Open Markt en andere economische adviseurs komen regelmatig bij elkaar om de geldstroom en de algemene economische toestand binnen de Verenigde Staten te bespreken. Wanneer die dames en heren, die natuurlijk in de meerderheid zijn, bepalen dat er meer geld nodig is, rekent de FED uit hoeveel geld er aangemaakt moet worden en geeft de opdrachten uit.
Het is niet eenvoudig het precieze bedrag te bepalen dat zich op een gegeven moment binnen een economie beweegt. Dat komt ook omdat er meerdere zaken zijn die gedefinieerd kunnen worden als geld.

Het is onderling en internationaal afgesproken dat bankbiljetten en munten geld genoemd worden. Maar lopende, courante bankrekeningen en spaarrekeningen vertegenwoordigen ook een geldwaarde, liquide middelen. Fondsen binnen de diverse valutamarkten, korte termijn leningen en andere financiële en monetaire middelen worden ook meegeteld, hoewel niet altijd. Maar daaruit volgt wel dat de FED de geldvoorraad alleen maar kan schatten.

Het is een open markt

De FED kan open markt activiteiten initiëren door staatsobligaties te kopen of te verkopen om geld te injecteren of te absorberen. Ze kan terugkoop overeenkomsten afsluiten om tijdelijk geld in de economie te pompen. Ze kan een kortingsmechanisme hanteren voor korte termijn leningen aan banken. Het resultaat van al die activiteiten is een toename in de reserves van de banken.

Een mechanisme om geld te maken

Toen het centrale banken systeem op poten werd gezet was het maken van geld een fysieke realiteit; er moesten nieuwe bankbiljetten worden gedrukt en nieuwe munten worden geslagen. En die moesten worden uitgegeven aan het publiek. In de Verenigde Staten gebeurde dat bijna altijd via een regeringsagentschap met een streepje voor, of via politiek verbonden zakelijke ondernemingen.
Maar centrale banken hebben sindsdien ontdekt dat de digitale technologie bestaat en ze kunnen daar heel creatief mee omgaan. De FED besloot dat er geen gedrukt geld of geslagen munten nodig zijn om binnen de economie, waarde te laten werken, geld te laten stromen.

Ondernemingen en consumenten kunnen cheques gebruiken, creditcards en debetcards, geldoverschrijvingen en online transacties. Het maken van geld hoeft ook al niet meer fysiek te zijn, de Federale Bank kan eenvoudiger nieuwe saldo’s in dollars bedenken en die op andere rekeningen bijschrijven.

De moderne FED zet nieuwe rekeningen op die makkelijk in geld omgezet kunnen worden, zoals obligaties van de Verenigde Staten en telt die op bij bestaande bankreserves. Gewoonlijk verkopen banken monetaire of financiële activa voor het ontvangen van deze fondsen. De banken zetten die fondsen dan weer uit, bijvoorbeeld in de vorm van hypotheken of leningen, en maken daar hun winsten mee.

Inflatie

Dit heeft dezelfde effecten op de maatschappij en op de economie als het drukken van meer geld en het vervoeren daarvan naar de kluizen van de verschillende banken, alleen is het voor de FED stukken goedkoper. Het veroorzaakt dezelfde geldontwaarding, met een mooi woord inflatie, als het drukken van nieuw geld m het nieuw gecrediteerde tegoed heeft dezelfde waarde als papiergeld binnen de economie van de Verenigde Staten, en van de wereld.

Zijn goud en edelmetalen duurder uit angst?

Het lijkt er op dat de verkiezingen in de Verenigde Staten de prijzen van edele metalen opdrijven. De oorzaak van de oplopende prijzen is niet te vinden in de verkiezingen zelf maar in de achterliggende angst voor de uitslag. Dat betekend goed nieuws voor de prijzen van goud, zilver en platina.

Er zijn verschillende vormen van angst in het spel op dit moment, en ze hebben allemaal hun eigen invloed op de prijzen. Die angsten hebben niet allemaal te maken met de verkiezingen in de Verenigde Staten. Onzekerheden over de toekomstige groei van het aantal banen en het al dan niet verbeteren van de persoonlijke economische toestand spelen zeker ook een rol. De gevolgen zullen dan ook voelbaar en meetbaar blijven tot lang na de verkiezingen.

Even een voorspelling

Dus, als de goudprijs boven de $1,400 per ounce uitkomt, zal ze zelfs op blijven lopen tot dicht bij de $2,000. Dat is tenminste de algemene verwachting van verschillende experts.

Goud futures kwamen al uit boven de $1,300 per ounce op woensdag terwijl de markt wachtte op de uitslag van de bijeenkomst van de Federale Commissie voor de Open Markt.

De markten blijven er van uit gaan dat de FED de rente nog dit jaar zal verhogen. Maar er bestaat ook een mogelijkheid dat de Centrale Bank in december de broekriem weer zal aantrekken. Goud futures voor december waren echter 1,5 % hoger en stonden op $1,307.60 per ounce.

De prijzen van edele metalen blijven stijgen.

De Centrale Bank is met haar marktactiviteiten er niet in geslaagd de prijzen verder te stabiliseren en er is nu een langzame groei te zien, de prijzen van goud blijven langzaam omhoog gaan.

Er is een algemene consensus dat de extreem lage niveaus van de rentevoet en het massale kwantitatieve versoepelingsbeleid van de Centrale Bank van de Verenigde Staten er niet in geslaagd zijn de wereldwijde groei te genereren en het vermogen van de FED om echte invloed uit te oefenen op de economie met haar toekomstige economische beleid is twijfelachtig.

De nabije toekomst.

De onzekerheid zal minder worden als de uitslagen van deze verkiezingen eenmaal bekend zijn, de trend voor een diep verval in de markt en een scherpe stijging van de prijzen voor edele metalen. Dit komt niet door een index van de angst over wie er de baas mag spelen in het Witte Huis, er zijn hier heel gewone markt mechanismen aan het werk.

Opties gebruiken om in te spelen op een koersdaling

Opties zijn een goede manier om wat geld te verdienen. Op de aandelen markt zijn er velen soorten aandelen en opties die je kunt kopen. Hierbij kun je denken aan veel verschillende soorten indexen zoals verschillende geld eenheden, maar ook aandelen zoals olie en aandelen van grote bedrijven als ing, en randstad zijn populaire bedrijven. Opties zijn vaak dan ook bedoeld om in te spelen op een koers stijging of een koersdaling. Opties kunnen kort duren, een paar minuten zelfs, maar ook is het mogelijk om opties te kopen voor een langere periode. Ook voor een langere periode is het goed mogelijk om opties te gebruiken om in te spelen op een koersdaling.

Een koersdaling

Een koersdaling op de aandelen markt kan door veel gebeurtenissen voorkomen. Zo kan het zijn dat een bepaald bedrijf veel ontslagen heeft aangekondigd en dat daarom de aandeel van het bedrijf zakt. Put opties zijn dan ook de manier om in te spelen op een koersdaling. Door gebruik te maken van een put optie kun je geld verdienen op het moment dat de aandeel omlaag gaat. Wel is het altijd belangrijk om op tijd te stoppen. Het maken van een goede inschatting is dan ook erg moeilijk en kost veel ervaring en tijd. Bij een put optie is het goed mogelijk om op lange termijn, maar ook op korte termijn om geld te verdienen met aandelen die omlaag gaan. Het maximale verlies wat er gekregen kan worden bij een put optie is de betaalde premie voor de put optie.

De tijdwaarde is het belangrijke verschil tussen een optie en een aandeel. Het is belangrijk om hierbij een goede inschatting te maken over welke periode je denkt dat een aandeel omhoog en/of omlaag gaat. Daarnaast is het ook van belang om een goede aandeel uit te kiezen waarbij je verwacht dat er een hoog rendement te behalen valt. Wees dan ook kieskeurig in het proces van het maken van een goede inschatting. Ook de beweeglijkheid van een aandeel is een proces waarbij een goede inschatting gemaakt moet worden. Wanneer je een goede inschatting hebt gemaakt van een aandeel op een bepaalde termijn is het goed mogelijk om in te spelen op een koersdaling en dan ook met het beleggen geld te verdienen.

Invloeden van financiële markten op de spaarrente

De vraagkant
Zitten mensen, bedrijven en banken op dit moment verlegen om geld? Het antwoord hierop is ‘nee’. Veel banken maken winst op het uitlenen van geld. Het verdienmodel is om geld te verwerven via spaarrente en uit te lenen via een leenrente. De rente om te lenen is hoger dan de spaarrente. Op het moment dat deze leningen niet worden afgenomen verlaagt men de rente om leningnemers aan te trekken. Als de vraag daalt om leningen, daalt ook de rente om te lenen en tegelijkertijd de rente om te sparen. Bovendien: als concurrentie ontstaat op het verwerven van leningen zijn banken geneigd om ten opzichte van elkaar de rentes zo laag mogelijk te houden. Op die manier wil de ene bank zich aantrekkelijker maken dan de andere bank.

De aanbodkant
Door de financiële crisis zijn mensen en bedrijven voorzichtiger geworden met het uitgeven (en lenen) van geld. Het geld wat niet wordt uitgegeven moet natuurlijk ergens blijven. In veruit de meeste gevallen wordt dit bij een bank gestald. Als er veel mensen veel geld bij een bank stallen dan hoeft de bank minder haar best te doen om dit geld aan te trekken. Dit betekent dat zij de spaarrentes niet hoeven te verhogen om geld te verwerven. Daarnaast kunnen banken onderling erg goedkoop van elkaar lenen. Dit blijkt uit de Euribor-rente. Ook kunnen banken goedkoop geld lenen van de Europese Centrale Bank (ECB), wat blijkt uit de zogenaamde Refirente. Deze factoren zorgen ervoor dat er meer dan voldoende geld beschikbaar is om aan de vraag te voldoen.

Invloed van toezichthouders
De financiële markt bestaat niet alleen uit vraag en aanbod. Er zijn ook toezichthouders actief die de markt in de gaten houden. Toezichthouders proberen de markt te corrigeren. Op het moment dat vraag en aanbod uit de pas gaat lopen en de economie in gevaar kan brengen, worden door hen maatregelen genomen om verdere problemen te voorkomen.

De toezichthouders in Europa hebben, als gevolg van de financiële crisis, strengere regels opgelegd aan banken. Banken dienen bijvoorbeeld meer geld te reserveren om financiële klappen op te vangen. Dit zorgt voor hogere kosten bij de bank. Een bank probeert daarom haar kosten te verlagen. Omdat er toch voldoende aanbod is van geld kan de bank het zich veroorloven om de kosten te verlagen door een lage spaarrente aan te bieden.

Wat is de waarde van TomTom?

Zelf heb ik een aantal aandelen van TomTom. De reden is eigenlijk heel simpel. Het is een bedrijf met bijna geen schulden, heeft een goed management en hele sterke producten. En, belangrijkst, ik ben van mening dat ze goud in handen hebben.

Vorig jaar is Nokia Here voor 3 miljard overgenomen door een Duits autoconsortium (Audi, BMW en Mercedes). Here was, samen met TomTom, de enige onafhankelijke kaartenmaker. Volgens marktspecialisten waren destijds, en nog steeds, de kaarten van TomTom uitgebreider en van betere kwaliteit.

Maandag is Fleetmatics gekocht door Verizon voor 2,4 miljard dollar. TomTom heeft een vergelijkbare dienst in de divisie Telematics.

Daar komen voor TomTom nog de divisies licencing en consumentenproducten bij. Beiden winstgevende divisies.

Maar laten we die voor het gemak achterwege, en tellen we de waarde van Here en Telematics op, komen we uit op ongeveer 5 miljard euro aan waarde.

De huidige marktwaarde van TomTom is 1,8 miljard.

Natuurlijk is dit wel gebaseerd op overname speculatie en de kans is aanwezig dat TomTom nooit wordt overgenomen. Sterker nog, het management heeft laten weten het bedrijf helemaal niet op te willen splitsen en te verkopen.

Toch denk ik dat TomTom goud in handen heeft. Zeker als automatisch rijdende auto’s de toekomst worden. Er lopen al deals met meerdere grote bedrijven die hierin actief zijn. En meerdere miljarden bedrijven hebben nog geen eigen kaartendivisie in huis. Met TomTom als enige onafhankelijke kaartenproducent is het zeker nog steeds een overnamekandidaat. Het is alleen wachten op het juiste moment. Als dat moment er komt…